Posts tonen met het label Tanja Kookt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tanja Kookt. Alle posts tonen
8 september 2012
Moussaka van Sarah Raven
De vraag 'wat zullen we nu weer eens eten' los ik soms op door een goed kookboek open te slaan en exact een recept te volgen. Ik kijk natuurlijk wel uit welk kookboek ik uit de kast trek. Dus niet: 'Artusi' of 'Worst, paté en andere charcuterie uit de Franse keuken' want dat schiet niet op. Wel: het eerder besproken 'Vers uit de tuin' van Sarah Raven. En dan een beetje mikken op het openslaan zo rondom de maanden augustus en september. Dat bepaalde dus de 'keuze' voor moussaka. En ik moet zeggen dat ik deze variant een van de lekkerste vind, of dan toch wel meest bijzondere is, die ik tot nu toe heb geproefd. Wees gewaarschuwd: kaneel en piment spelen een behoorlijk dominante rol.
Voor een schaal (die van mij meet 24 x 24 en is 6 centimeter diep) heb je nodig:
Een halve liter tomatensaus. Deze maak je dus zelf van 1 kilogram ontvelde, doch niet ontdaan van zaad, tomaten. In een pan fruit je eerst in 2 eetlepels olijfolie een fijngesnipperde grote ui aan en vervolgens doe je de in stukken gesneden tomaten erbij, 2 tenen knoflook, 1 eetlepel tomatenpuree, 1 eetlepel fijngesneden oregano, 1 theelepel suiker, 200 ml rode wijn, zout en zwarte peper. En dan fijn laten pruttelen tot een lekkere dikke tomatensaus (40 minuten tot een uurtje). Je zult meer hebben dan de benodigde halve liter voor dit recept, de rest vries je gewoon in.
Terwijl de tomaten pruttelen in de pan kun je alvast een kilo aubergines overdwars snijden, invetten met wat olijfolie en in de oven zetten die je al hebt opgewarmd op 180 graden. Bak de aubergines zacht en bruin (af en toe even kijken en voelen).
Maak vervolgens het gehaktmengsel. Fruit eerst een gesnipperde ui aan, voeg 450 gram gehakt toe (rund/lams), een halve theelepel piment en een halve theelepel kaneel, zout, peper en wat fijngesneden tijm. Bak het gehakt rul, proef, kruid bij enzo meer. Daarna voeg je de halve liter tomatensaus toe en laat dit nog een half uurtje pruttelen op het vuur.
Als laatste maak je de, toch wel enigszins aparte, bechamelsaus. Het viel mij op dat er behoorlijk veel boter en bloem wordt gebruikt, namelijk van elk 80 gram terwijl ik meestal niet meer dan 50 gram gebruik. Maar goed, ik volgde het allemaal precies op.
Warm in een steelpannetje 500 ml melk op met drie laurierblaadjes. Wanneer de melk tegen de kook aan komt, zet je de pan van het vuur. Verhit tegelijkertijd 80 gram boter in een diepe pan waaraan je 80 gram (gezeefde) bloem toevoegt. Goed roeren, laat het mengsel een beetje pruttelen en voeg een theelepel vers geraspte nootmuskaat en een afgestreken theelepel kaneel toe. Schenk al roerend scheutje voor scheutje de warme melk erbij (laurierblaadjes kun je weggooien) tot je een mooie dikke saus hebt. Even door laten pruttelen en van het vuur afhalen. Breng de saus met veel zwarte peper op smaak. Terwijl de saus een beetje afkoelt, verkruimel je 200 gram feta. Doe de feta met 250 Griekse yoghurt bij de bechamelsaus en roer alles goed door.
Na al deze exercities kun je eindelijk de ovenschaal invetten, bekleden met een laag aubergines, een laag gehaktsaus, aubergines, laag gehaktsaus, aubergines, laag gehaktsaus, etc. Als laatste stort je de bechamelsaus over het gehakt en laat je de schaal een uur in de oven op 180 graden staan. Dek eventueel af met aluminiumfolie indien de bovenkant veel te bruin dreigt te kleuren.
Erg lekker met frisse bladsla of tomatensalade en een goed stuk brood. Bon appetit! En, oh ja, nog een tip: eet de moussaka niet loeiheet maar iets afgekoeld, dat smaakt echt lekkerder.
25 augustus 2012
Gepocheerde kip met salsa verde
Het augustusnummer van de Allerhande ging mee in de reistas naar Italië. Niet dat we daar in culinair opzicht inspiratieloos zouden zijn, maar voor 'je weet maar nooit of er iets leuks in staat'. En verhip: het volgende eenvoudige recept uit de Allerhande werd gemaakt en door iedereen goed gekeurd.
Vul een pan met water en doe daar goede bouillonblokjes en breng dit aan de kook. Voeg 1 of 2 dikke kipfilets toe (uiteraard afhankelijk van het aantal eters) en zet het vuur laag en laat de filets 2 minuten tegen de kook aan staan. Haal de pan van het fornuis en laat de filets in de bouillon afkoelen.
De salsa verde maak je van 3 ansjovisfilets, 1 teen knoflook, 6 eetlepels olijfolie, 2 eetlepels kappertjes, een handvol basilicum en net zoveel peterselie. Je kunt voor een dunne saus opteren door dit allemaal in de blender te gooien of voor een iets dikkere saus door alles fijn te hakken en vervolgens mengen met de olijfolie. Voeg eventueel een lepel bouillonvocht toe en wat peper.
Ik ben nooit zo van de kipfilet maar op deze wijze bereiden, levert een super mals stukje kip op. Voor herhaling vatbaar dus.
15 juli 2012
Koken uit De Free Range Cook (salade met biet en rucola)
De Nieuwzeelandse Annabel Langbein kookt puur, eenvoudig en zonder fratsen: 'centraal staat een "minimalistische benadering" van eten en koken, waarbij de nadruk ligt op creativiteit, verse producten, gemeenschapszin en de kunst om in het hier en nu te leven, te genieten wat de vier seizoenen ons te bieden hebben'.
Dat resulteert in recepten als: chili-jam, pijlinktvis met vijfkruidenpoeder, spieringbeigneits, couscous met druiven en cranberry's of een geroosterd varkensribstuk met venkel, ui en appel. Allemaal aantrekkelijke en zeer gevarieerde gerechten die je prima zelf kunt maken.
De salade met bieten is ook een makkie alhoewel hier wel rekening moet worden gehouden met de oventijd die de bieten nodig hebben. Maak dit recept dus niet op een maandagavond met de verwachting dat je binnen het half uur aan de maaltijd zit.
Je hebt voor zes personen nodig: 4 geschilde middelgrote verse bieten in partjes gesneden, 4 eetlepels goede olijfolie, 1 eetlepel bruine suiker, 1 eetlepel balsamicoazijn, zout en peper, 200 gram rucola, 1 handvol jonge bietenblaadjes (alternatief: jonge en gemengde slasoorten), sap van 1 citroen, 135 gram geroosterde amandelen (ik gebruikte geroosterde amandelschaafsel), 120 gram verkruimelde feta.
Bereiden:
Verwarm de oven voor op 180 graden en leg de stukken rode biet in een ovenschaal en meng vervolgens twee eetlepels olijfolie, de basterdsuiker en de balsamicoazijn daar goed doorheen. De bieten moeten in een laag in de schaal liggen, overigens. Zet de schaal ongeveer 45 minuten in de oven (gewoon even checken of de bieten zacht genoeg zijn) en laat ze daarna afkoelen.
Voor mij was het overigens nieuw om de rauwe biet eerst te schillen en dan in de oven te garen. Ik stop de biet altijd in een aluminiumpakketje in de oven en pel de biet later.
Meng de sla en rucola met het citroensap en de olijfolie (ik vind het veel: het sap van een hele citroen, dus daar was ik wat minder royaal mee) en verdeel dit over de borden (in dit geval dus 6). Verdeel de afgekoelde bietenpartjes en bestrooi elk bord met de feta en amandelen.
Een prima salade en weer een aanvulling op het 'koken-met-bieten-repertoire'.
De Free Range Cook - Pure gerechten uit Nieuw-Zeeland
Annabel Langbein
Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum
ISBN: 978 90 773 3026 5
€ 34, 99
22 juni 2012
Groentenstoofpot uit de Provence
Dit gerecht eet ik al sinds de jaren ’80. Geïntroduceerd
door jeugdvriendin Colette. Haar moeder bivakkeerde ooit, in een ver verleden,
een tijdje in Frankrijk en schotelde ons af en toe gerechten voor die zij daar
had leren kennen en koken. Dat vond ik destijds als puberale blaag best een
beetje uitheems. Nu ik er zo over nadenk: sinds wanneer kan je hier eigenlijk
aubergines krijgen? Het staat me niet meer bij.
In ieder geval, zoals ik het nu nog regelmatig maak zal vast
afwijken van de eerste, oorspronkelijke versie van de moeder van Colette. Vaag
staat me nog iets bij dat er, behalve uitgebakken spekblokjes, ook ham of
gehakt werd gebruikt. Dat doen we dus niet meer! We aten dit met stokbrood en
de schotel werd geserveerd met geraspte kaas of soms met een spiegelei (!?).
Ook dat laatste hoeft niet. Dat brood wel: dat vind ik lekkerder dan dat er
rijst of pasta erbij gegeven wordt. Het is vast niet authentiek maar wel
makkelijk en lekker. En oh ja, ook gezond volgens mij.
Voor een pan eten heb je de volgende ingrediënten
nodig:
250 gram magere spekblokjes
2 grote gesnipperde uien
2 gele paprika's
2 courgettes
2 aubergine
6 vleestomaten, ontveld en in stukken of 2 blikken gepelde
tomaten
2 tenen knoflook uit de knijper
kruiden als laurier, rozemarijn, tijm, oregano
rode wijn (of een combinatie van wijn en bouillon)
zout en peper.
Snij de paprika's, courgettes en aubergines in ongeveer gelijke
stukken. Niet te klein maar ook niet bonkig groot. Ondertussen bak je de
spekjes uit tot lekker krokant. Let wel op: de biologische spekjes van de Appie
en consorten zijn net zo vochtig en sompig als de foute variant en bakken
evenmin lekker goed uit. Doe eens gek en koop de spekjes bij de bioslager: een
wereld van verschil.
Voeg vervolgens de uien toe en bak een minuutje of twee mee.
Daarna doe je in volgorde de gele paprika, courgette en aubergine in de pan en
bak elke groente even goed aan voordat je de volgende groentensoort erbij doet.
Eindig met de ontvelde of ingeblikte tomaten. Nu gaan de knof, kruiden, zout en
peper erbij. Die kruiden doe je gewoon een beetje op gevoel. Daarna schenk je
de wijn in de pan, net zoveel tot alles bijna onderstaat. De laatste paar keer
heb ik ongeveer een derde van de wijn vervangen door bouillon en dat bevalt me
eigenlijk net iets beter. Dit is dus alles; laat de pan op laag vuur een uurtje staan. Serveer de groentenstoof in diepe borden, al dan niet bestrooid met
goede geraspte kaas en lekker veel brood om door het vocht te halen. Sla erbij
en je hebt een geslaagd zomers avondmaaltje voor vier personen. Daarbij mag een
fles rode wijn natuurlijk niet ontbreken!
17 juni 2012
Verse kapucijners!
Ze zijn er weer: verse kapucijners! Sinds ik het recept van Mr. Ooijer heb ontdekt, maak ik standaard een keer per jaar zijn overheerlijke salade. Ik zou zeggen, probeer het ook een keer. Het is namelijk echt de moeite waard.
29 april 2012
Chilled Cheesecake
Met deze taart imponeer je niet alleen kleine prinsesjes, 'Hello Kitty-fans' en Barbie-meisjes maar ook volwassenen. Gewoon omdat de taart, anders dan de kleur doet vermoeden, fris en niet al te zoet is.
De taart serveerde ik als nagerecht tijdens een 'All American Lunch'; het voorgerecht was een Caesar Salad, het hoofdgerecht Jambalaya. Ik had, vermoed ik, een te grote springvorm omdat de aangehouden hoeveelheid voor de taartbodem niet toereikend was. Gelukkig had ik een extra rol 'Oreokoekjes' ingeslagen zodat het toch nog allemaal goed kwam.
Je hebt nodig: 1 rol Oreo, 30 gram gesmolten boter, 3 blaadjes gelatine, 375 gram frambozen (vers of uit de diepvries van de super), 1 zakje vanillesuiker, 125 ml slagroom, 4 eetlepels suiker, 125 crème fraîche, 250 gram mascarpone, 4 eetlepels bietensap. Verder heb je een springvorm met doorsnee 22 cm, staafmixer of keukenmachine en bakpapier nodig.
Je maalt de koekjes in de keukenmachine fijn en voegt daaraan de boter toe. Je kunt natuurlijk ook de koekjes in een plastic zak doen en met een deegroller de koekjes tot gruis pletten. Dit mengsel gaat in de met, bakpapier beklede, springvorm die je vervolgens in de koelkast zet.
Vervolgens week je vijf minuten de gelatineblaadjes in koud water en pureer je de frambozen met het zakje vanillesuiker. Verhit 5 eetlepels van de frambozenpuree in een steelpannetje en voeg daaraan de geweekte en goed uitgeknepen gelatineblaadjes toe. Goed doorroeren tot de gelatine geheel is opgelost. Voeg dit aan de koude puree toe.
Daarna klop je de slagroom stijf met de 4 eetlepels suiker en voegt vervolgens de (los geslagen) mascarpone en crème fraîche, de frambozenpuree, 4 eetlepels bietensap toe. Goed doorroeren tot alles egaal roze is. Schep dit mengsel op de taartbodem en laat de taart minimaal 3 uur in de koelkast staan. Twee dagen later is de taart ook nog zeer smakelijk!
15 januari 2012
(Bijna perfecte) Wiener Schnitzel
De foto mag dan verre van briljant zijn, het resultaat mocht er wél zijn. En dat terwijl ik helemaal niet zo van de Wiener Schnitzel ben. Een perfect gebakken, in mijn optiek dan, Wiener Schnitzel waarbij het paneerjasje losjes om het vlees zit en de schnitzel zelf erg mals en sappig was.
De zoekopdracht 'Wiener Schnitzel' levert hier en daar een leuke forumdiscussie op. Wel of niet het ei loskloppen met water of Sprudel (bubbeltjeswater) en beslist bakken, volgens kenners, in koolzaadolie die ik natuurlijk niet in huis had. Nee dat is incorrect volgens een ander, het wordt gebakken in reuzel en in dusdanige hoeveelheden dat het meer op frituren lijkt. Na 1 minuut de schnitzel met twee stokjes (?) uit de pan tillen en in een tweede pan verder bakken maar niet in een koekenpan want dat is meer de Duitse stijl. Pardon? Daar beginnen we dus echt niet aan!
Hier mijn werkwijze:
Bestuif de (met zout en peper gekruide) kalfsschnitzel met bloem en wentel de schnitzel door losgeklopt ei. Afhankelijk van de hoeveelheden schnitzel die gebakken moeten worden, worden er logischerwijs meer eieren losgeklopt. Ik heb de eieren dus niet losgeklopt met bubbeltjeswater of wat dan ook. Vervolgens wordt de schnitzel door paneermeel, oder broodkruim van zwei Deutsche Kaiserbrötchen voor wie een beetje in stijl wil blijven, gehaald. Zorg dat de schnitzel echt helemaal bedekt is met paneermeel of broodkruim
Verhit nu het vet. Welke, -reuzel, koolzaadolie, zonnebloemolie- dat moet men zelf maar uitmaken. Zelf gebruikte ik 'Beur Culinair' van Hollandia. Een mengsel van geklaarde boter en olie. Ik heb niet zo goed naar de tijd gekeken maar ik schat zo'n zes minuten in totaal. Serveer de Wiener Schnitzel met de geëikte schijfjes citroen en peterselieaardappelen.
De zoekopdracht 'Wiener Schnitzel' levert hier en daar een leuke forumdiscussie op. Wel of niet het ei loskloppen met water of Sprudel (bubbeltjeswater) en beslist bakken, volgens kenners, in koolzaadolie die ik natuurlijk niet in huis had. Nee dat is incorrect volgens een ander, het wordt gebakken in reuzel en in dusdanige hoeveelheden dat het meer op frituren lijkt. Na 1 minuut de schnitzel met twee stokjes (?) uit de pan tillen en in een tweede pan verder bakken maar niet in een koekenpan want dat is meer de Duitse stijl. Pardon? Daar beginnen we dus echt niet aan!
Hier mijn werkwijze:
Bestuif de (met zout en peper gekruide) kalfsschnitzel met bloem en wentel de schnitzel door losgeklopt ei. Afhankelijk van de hoeveelheden schnitzel die gebakken moeten worden, worden er logischerwijs meer eieren losgeklopt. Ik heb de eieren dus niet losgeklopt met bubbeltjeswater of wat dan ook. Vervolgens wordt de schnitzel door paneermeel, oder broodkruim van zwei Deutsche Kaiserbrötchen voor wie een beetje in stijl wil blijven, gehaald. Zorg dat de schnitzel echt helemaal bedekt is met paneermeel of broodkruim
Verhit nu het vet. Welke, -reuzel, koolzaadolie, zonnebloemolie- dat moet men zelf maar uitmaken. Zelf gebruikte ik 'Beur Culinair' van Hollandia. Een mengsel van geklaarde boter en olie. Ik heb niet zo goed naar de tijd gekeken maar ik schat zo'n zes minuten in totaal. Serveer de Wiener Schnitzel met de geëikte schijfjes citroen en peterselieaardappelen.
24 december 2011
Zuurkool met worst (en pastrami)
Na een dagje voorbereidend werk zoals vis- en vleesbestelling ophalen, laatste groenten kopen, de keuken in, een beetje hier en daar kuisen onder begeleiding van Leo Blokhuis' The Sound of the South (where soul and country meet), moest er uiteindelijk ook nog wat gegeten worden. Maar wat?!? Alsof er niets in huis is. Uiteindelijk uit de voorraad zuurkoolzakje getrokken en met een beetje kummel in de pan gedaan, gekookte aardappels erbij, reepjes pastrami toegevoegd en een niet zo'n lekkere 'kleintje rookworst' van Unox.
17 december 2011
Geitenkaastaart met prei
Ik waarschuw jullie alvast: onderstaand recept behoeft veel extra's. Kruiden, beetje knof, meer mosterd, etc. Zie het maar als de basis. De reden waarom ik dit recept opviste uit Sarah Raven's Vers uit de tuin, is dat ik op zoek was naar varianten op de eeuwig door mij gemaakte hartige taart met uien, kaas, spek. Verder maak ik zelden iets in de categorie 'hartige taarten'. Vroeger kwam er nog wel eens een spinazietaart met blauwe kaas voorbij zeilen maar ik kan me niet heugen wanneer ik dat voor het laatst gemaakt heb.
Hier dus de basis voor een hartige taart met prei en geitenkaas.
- 2 el dijonmosterd
- 2 grote eieren + 2 eidooiers
- 275 ml. slagroom
- zout en peper
- 4 preien, in dunne ringetjes
- 2 el olijfolie
- 200 gram zacht geitenkaas
- voor het deeg: 120 gram boter, halve theelepel zout, 200 gram bloem.
Lui als ik was, heb ik dat deeg niet gemaakt maar bladerdeeg uit de vriezer gerukt. De minder luie mensen zeven de bloem met het zout en werken met hun vingers de boter door de bloem tot er een kruimelige substantie ontstaat en werken hier precies zoveel koud water doorheen tot er een samenhangend deegje is ontstaan. Je kunt natuurlijk ook de voorgaande handelingen met een keukenrobot uitvoeren. Het deeg wordt uitgerold tot een lap die past in een taartvorm van 23 centimeter doorsnee. Tijdens deze handelingen staat de oven uiteraard al aan en wel op 180 graden. Leg op de beklede bakvorm een stuk bakpapier en leg hierop de blinde vulling (bonen, rijst) en bak de deegbodem 20 tot 25 minuten. Verwijder de vulling en laat de deegbodem enigszins afkoelen.
Ondertussen worden de preiringetjes met wat zout en peper zachtjes gesmoord in de olijfolie tot de prei lekker zacht is en de eieren los geklutst met slagroom én met toevoeging van wat zout en peper. De taartbodem wordt besmeerd met twee eetlepels dijonmosterd en bekleed met de gesmoorde preiringetjes. Daar overheen gaat de verkruimelde geitenkaas en last but not least wordt het eiermengsel er over geschonken. De taart moet ongeveer in twintig minuten in de oven of tot de vulling gestold is.
Tja, het was dus wat flauw: de dijonmosterd proefde ik niet terug. Ik vond het recept al wat 'kruidenarm' en heb wat tijm toegevoegd. Mocht ik dit ooit nog een keer maken dan gaat er een teentje knoflook, meer mosterd en meer tijm er doorheen. Wie betere suggesties heeft, die zijn altijd van harte welkom. Maar vooralsnog hou ik het gewoon bij die ene eeuwige hartige taart.
16 december 2011
Gebakken bloemkoolroosjes
Zo'n bloemkool, dat gaat bij mij nooit in een keer op. Daarom is het leuk om het bloemkoolrepertoire uit te breiden zodat de volgende dag, of de dag daarop, de bloemkool verder verwerkt kan worden en niet na een tijdje konijnenvoer wordt of erger, in de prullenbak belandt.
Dit recept komt uit het, in dit najaar verschenen, vegetarische kookboek Vegalicious en is simpel, kruidig en snel klaar. Ik had voor mezelf, op het oog, te veel klaargemaakt maar alles ging glad op. Lekker dus.
Wat heb je nodig voor vier personen?
1 bloemkool in roosjes opgedeeld
3 eetlepels (olijf)olie
1½ theelepel komijnzaad
2 fijngesnipperde teentjes knoflook
1 fijngesnipperd Spaans pepertje (ontdaan van zaad)
100 gram amandelsnippers
2 eetlepels fijngesnipperde platte peterselie
zout en peper
Verhit de olie in een diepe koekenpan of wok en bak hierin de bloemkoolroosjes tot deze bruin beginnen de kleuren. Temper het vuur, dek de pan af en laat de roosjes nog zo'n twee minuten bakken.
Voeg nu de komijnzaadjes, rode peper, knoflook en amandelsnippers toe en laat het gerecht nog zo'n vijf minuten op matig vuur bakken tot de amandelsnippers mooi bruin zijn. Zet het vuur uit en voeg peterselie, zout en peper toe. Even door roeren en serveren maar.
Vegalicious - 141 vegetarische feel-good recepten
Alice Hart
ISBN 9789089893604
€ 24,95
Uitgeverij Terra Lannoo
20 november 2011
'Troosteten': lasagne al forno
Toch minstens een keer per jaar moet er een grote bak lasagne worden gemaakt. Lasagne eten is voor mij net zoiets als aardappelpuree. Food for the soul, comfort food, troosteten: geef er een naam aan! De eerste keer dat ik lasagne proefde was op de middelbare school, in het jaar 1983. Of was het nu 1984?
Het tekenklasje had een uitje, helemaal naar Rotterdam om onder andere museum Boijmans van Beuningen aan te doen in het kader van culturele ontplooiing of zoiets. In plaats van de lunch in een broodjeszaak te nuttigen belandden we in een pizzeria en daar was het dat ik lasagne bestelde en voor het eerst proefde. Hemels!
Lasagne maakte je toen nog niet thuis, het was exotisch Italiaans eten. Pasta in de varianten macaroni of spaghetti kocht je alleen van Honig. De eerste niet te hachelen, want zo dik die bodems, diepvriespizza's van volgens mij -maar ik kan er naast zitten- Dr. Oetker kwamen op tafel. Toen sprak je trouwens Dr. Oetker nog uit zoals het er staat en niet zoals nu, is het jullie opgevallen in de commercials, op z'n fonetisch dokter utker.
Na veel gefröbel en 'receptstaren' is mijn lasagne een hussel van twee recepturen: die van Claudia Roden uit het bekroonde De Italiaanse keuken en het anonieme werk uit 'De keuken van Italië' van uitgever Könemann. Het is wel even een werkje maar dan heb je ook wat op tafel.
Voor een grote ovenschaal lasagne waar je in ieder geval met zes personen van kan eten heb je nodig:
Vleessaus: 30 gram boter of 2 el olijfolie * 1 fijngenipperde ui * 1 kleine wortel in fijne stukjes gesneden * 1 stengel bleekselderij fijngehakt * 2 teentjes knoflook uit de knijper * 100 gram pancetta in kleine stukjes of te vervangen door 100 gram bakbacon * 350 gram gehakt (half om half) * sprieten verse oregano * een snuf geraspte nootmuskaat * 90 gram schoongemaakte kippenlevertjes en heel fijn gehakt * 75 ml droge vermout (te vervangen door droge witte wijn) * 3.5 dl runderbouillon * 300 gram ontvelde fijngehakte tomaten of een blik tomaten * eventueel voor de kleur en smaak van de saus een blikje tomatenpuree * 50 gram fijngesneden prociutto * 2 el slagroom * 1 geklutst ei.
Bechamelsaus: 60 gram boter * 40 gram bloem * snufje nootmuskaat (geraspt!) * 6 dl melk * 1 laurierblad.
Verder heb je nodig: 1 dl slagroom * 150 gram mozzarella geraspt (rotkarwei), 100 gram verse geraspte parmezaanse kaas * liefst verse lasagnavellen maar als het niet anders kan vind ik de lasagnevellen van het merk Granoro ook een mooi alternatief.
Begin met de vleessaus en verhit de boter of olie in een braadpan. Fruit de gesnipperde ui en fijngesneden wortel, bleekselderij, geperste knoflook en de pancetta ongeveer 5 minuten op een matig vuur. Doe het gehakt erbij en bak dit rul en voeg de oregano en nootmuskaat toe. Ik doe de kruiden een beetje op het gevoel. Breng verder op smaak met peper en zout. Schep nu de fijngehakte kippenlevers er doorheen tot ze verkleurd zijn en schenk de vermout of wijn erbij, zet het vuur hoog en laat het vocht verdampen. Voeg de runderbouillon, fijngehakte tomaten en eventueel de inhoud van een blikje tomatenpuree toe en laat het op een laag vuurtje minstens een uur koken. Kijk wel of het mengsel sompig of vochtig blijft maar zorg dat aan het eind van de kooktijd het vocht is opgenomen. Haal de pan van het vuur en voeg 2 eetlepels slagroom toe en de prociuttosnippers. Als de inhoud iets is afgekoeld roer je het geklutste ei er goed doorheen.
Ondertussen (in het uurtje dat de saus staat te pruttelen) maak je de bechamelsaus door langzaam de boter te smelten en te verhitten en vervolgens de bloem toe te voegen (door een theezeefje klontert het nooit). Voeg wat nootmuskaat toe en roer alles goed gedurende 1 minuut. Zet het vuur laag en schenk scheutje voor scheutje de melk erbij en voeg het laurierblaadje toe. Goed blijven roeren tot de saus lekker dik is. Breng eventueel op smaak met zout en peper. Dek de saus met een folietje af zodat er geen vel op komt te staan.
Verwarm de oven voor op 200 graden en warm tevens de bechamelsaus weer op, voeg al roerend 1 dl slagroom toe en haal het laurierblaadje eruit. Beboter een glazen schaal (staat leuker al die laagjes). Zelf gebruik ik glazen cakevormen (twee stuks voor dit recept en langwerpig en met dezelfde breedte ongeveer als een lasagnevel en dat is dus handig). Begin met de lasagnevellen en modelleer de vellen zonodig bij, schep een laag vleessaus op de lasagne, bestrijk de vleessaus met bechamelsaus, strooi een derde van de mozzarella en de parmezaanse kaas er over. Herhaal deze handeling. Sluit af met een laag lasagnevellen en bestrooi deze met de kaas en giet er de bechamelsaus over. Schuif het in de oven en bak in twintig minuten gaar.
12 november 2011
Kweeperengelei /membrillo
Nooit gedacht dat kweeperengelei of kweeperenpasta, of op z'n Spaans membrillo, een van de meest bezochte berichten is op dit blog. Leuk! En aangezien membrillo maken een jaarlijkse exercitie is, hier een kiekje van de pasta in wording. Lekker met een stukje oude manchego.
9 november 2011
Pecannotentaart
Dit is werkelijk een overheerlijk taartje met behalve de pecannoten ook, onder andere, ahornsiroop. Ahornsiroop vind ik heerlijk maar is helaas, excusez le mot, reteduur. Tip voor pannenkoekenbakkers: gebruik eens ahornsiroop in plaats van stroop ofzo: dat is echt smullen!
Hier een eenvoudig recept voor een lekkere pecannotentaart, met ahornsiroop dus:
De taartbodem:
- 225 gram bloem
- 200 gram boter
- 125 gram poedersuiker
- 1 theelepel zout
De vulling:
- 200 gram pecannoten
- 100 gram bruine basterdsuiker
- 10 eetlepels ahornsiroop
- 2 eetlepels boter
- 3 eieren
- 1 theelepel zout
Bereiding: zorg dat de boter en eieren op kamertemperatuur zijn en zeef de bloem in een grote kom. Voeg hier de 200 gram boter, poedersuiker en het zout aan toe. Kneed dit tot een soepele deegbal, pak dit in plastic in en laat de bal tenminste drie kwartier rusten op een koele plek.
Verwarm de oven voor op 180 graden en begin aan de vulling door tweederde van de pecannoten grof te hakken. Klop de eieren in een schaal schuimig met het theelepeltje zout en voeg de basterdsuiker, ahornsiroop en boter toe. Voeg als laatste de gehakte pecannoten toe, maar doe dat pas vlak voordat de taart de oven in gaat.
Ga dus eerst verder met het uitrollen van het deeg (gebruik wat bloem op het werkblad en op de deegroller). Rol van het deeg een mooie lap en bekleedt hiermee een ingevette taartvorm. Voeg nu aan het eiermengsel de gehakte pecannoten toe en giet dit in de taartvorm en strooi vervolgens de hele pecannoten als garnering op de vulling. Bak de taart in plusminus 50 minuten gaar (als het te snel gaat, zet dan de oven de laatste 15 minuten op 170 graden).
5 november 2011
Saucijzenbroodjes van Yvette
Terwijl de verwarming maar niet aanslaat, de deuren en ramen wagenwijd openstaan, ga ik het hier hebben over de saucijzenbroodjes van Yvette uit haar nieuwe kookboek Home Made Winter. Weer zo'n fijn en gezellig boek over hartverwarmende winterse spijzen.
Die saucijzenbroodjes dus, zijn eigenlijk niet van Yvette maar van haar moeder. Zo turend op de receptuur werd ik nieuwsgierig. Het zou namelijk niet in mij opkomen om het gehakt aan te maken met ketjap en ketchup. En dus besloot ik aan de slag te gaan.
Voor 15 stuks heb je nodig:
Vulling: 1 kilogram rundergehakt, 1 ei, 3 eetlepels ketchup, 75 ml ketjap, 1 eetlepel worcestershiresaus, 1 eetlepel kaneel, 1 eetlepel piment of speculaaskruiden, 1 theelepel nootmuskaat, 2 eetlepels mosterd, een scheutje tabasco, 1 theelepeltje zout.
Verder heb je 15 plakjes roomboterbladerdeeg en 1 ei nodig en wat olie om de ovenbakplaat in te vetten.
Eigenlijk spreekt het voor zich: maak het gehakt aan met alle vermelde ingrediënten terwijl ondertussen de plakjes bladerdeeg ontdooien. En zet de oven ook alvast maar aan op 180 graden. Verdeel het mengsel in 15 gelijke delen en maak hier worstjes van. Vouw om elk worstje een plakje bladerdeeg en druk de randen goed aan (met een vork). Leg de saucijzen op een ingevette bakplaat en besmeer ze met een losgeklopt eitje. Bak de saucijzenbroodje in 25 tot 30 minuten mooi bruin.
Het resultaat zijn wat aparte saucijzenbroodjes. Er zat overduidelijk een zuurtje in het gehakt en zou denk ik de volgende keer iets minder royaal ketchup, mosterd en ketjap gebruiken. Wat meer nootmuskaat en piment misschien. En ook wat zwarte peper. Desondanks is het een lekkere traktatie. En nog een klein dingetje: ik vond de vulling ruim aan de royale kant voor 15 broodjes ... .
16 oktober 2011
Varkensgebraad
Aanleiding voor deze dish was een feestje bij mijn onderburen. De aanbouw van de serre was dan toch eindelijk afgerond en dat moest gevierd worden met een flink stuk gebraad voor 20 personen. En wiens oven is groot genoeg? Juist, die van mij ... .
In volkomen harmonie kozen we uiteindelijk voor varkenslende van het ribgedeelte, van een scharrrelend varken overigens. Vijf kilo schoon aan de haak; met zwoerd, ribbetjes verwijderd (die je wel mee moet krijgen van de slager om jus te maken). De slager kerfde ook nog even het zwoerd in maar gaf me de tip mee dat inkerven het makkelijkst gaat met een stanleymes. Die onthouden we!
Het oorspronkelijke recept gaat uit van 3 kilo vlees en ik heb de hoeveelheden kruiderij iets aangepast. Ook de aanbevolen oventemperatuur en bereidingstijd heb ik losgelaten en gewerkt met de oventhermometer. Het moest namelijk slow & easy op lagere temperaturen (voor het merendeel van de bereidingstijd heb ik de kerntemperatuur op de meter op 67 graden Celcius gezet en de oven op 100 graden).
Het zwoerd van de lende heb ik ingewreven met zeezout en een eetlepel fijngehakte rozemarijn waarbij je vooral het mengsel goed in het ingekerfde zwoerd smeert.
In de vijzel stamp je een eetlepel venkelzaadjes fijn, daarna werp je 7 tenen knoflook en een eetlepel rozemarijn in de vijzel en dit stamp je tot een smeuiige massa. Smeer het vlees hiermee goed in, maar niet op het zwoerd want dat gaat verbranden.
Vervolgens doe je 3 eetlepels olijfolie, 10 eetlepels balsamicoazijn en 6 laurierblaadjes in een grote schaal of braadslee en leg je het vlees met het zwoerd naar boven in. Laat dit rustig enkele uurtjes marineren.
Ondertussen zet je de oven op 250 graden en hierin bak je in een braadslee de meegekregen ribbetjes goed bruin. Snij vervolgens twee uien, 1 grote wortel en 6 stengels bleekselderij grof.
Haal het vlees uit de marinade, leg het stuk op een rooster en smeer het zwoerd nog goed in met wat extra zeezout. De marinade en de grof gehakte groenten voeg je aan de bruingeroosterde botten toe in de braadslee en voeg hier nog eens 6 dl. water aan toe. Zet de braadslee pal onder het rooster met het vlees en braad dit de eerste 20 minuten op hoge temperaturen, daarna heb ik de oven teruggedraaid naar 100 graden en net zolang gewacht, enkele uren in dit geval, tot de thermometer begon te bliepen.
Laat het vlees rusten en ondertussen doe je het vocht, botten en groenten in een grote pan (zorg dat alle aanbaksels in de braadslee ook in die pan belanden) en laat dit aan de kook op het fornuis komen. Schep eventueel schuim af en giet de inhoud door een zeef (botten en groenten heb je niet meer nodig). Laat de jus inkoken en proef of er zout en peper bij moet.
Het resultaat? Sappig en mals vlees, mooi krokant zwoerd en helaas schoon opgegaan terwijl ik er toch echt op had gerekend vanavond van de restanten te kunnen snoepen.
Het oorspronkelijk recept gaat van de volgende temperaturen en bereidingstijd uit: eerste 20 minuten op 250 graden, terugbrengen naar 220 graden en nog ongeveer een uur op deze temperatuur in de oven voor 3 kilo varkenslende.
9 oktober 2011
Therapeutisch Marokkaans koken
2 oktober 2011
Vongole
Dit vind ik zo lekker! Toen we gisteren op het niet zo denderende festijn 'Maasstraat Culinair' rond hobbelde, besloten we wel op het terras van Il Cavallino de maaltijd te nuttigen. Wanneer krijg je namelijk ooit weer de gelegenheid om op een zekere 1 oktober in de toekomst het avondmaal buiten in aangename temperaturen in zomerkleding te nuttigen. Pluk de dag!
Door mij werd de taglione vongole besteld. Iets wat ik met enige regelmaat zelf maak, maar juist omdat het zo lekker is kon ik de restaurantversie niet weerstaan. In deze versie zat ook wat tomaat maar ik doe het meestal zo:
- 1 zak vongole, 2 tot 3 tenen fijngehakte knoflook, 1 of 2 rode pepers van zaad ontdaan en in flinterdunne stukjes gesneden, flinke scheut olijfolie, zout, peper en een handvol fijngehakte peterselie.
Verhit in een grote pan met dikke bodem een flinke scheut olie (er mag best een laagje olie in de pan staan) en fruit hierin de knoflook en de rode peper op een laag vuur. Laat dit lekker 'pruttelen', voeg ondertussen wat zout en peper toe, maar zorg er wel voor dat de knoflook niet aanbrandt of verkleurt. Voeg de schoongewassen vongole toe -kapotte of schelpen die open blijven verwijderen- en zet het vuur hoger.
Schudt af en toe om tot de schelpen allemaal open zijn gegaan. Het vocht dat vrij komt uit de schelpen, vermengd met het olie/knoflook/pepermengsel heeft niets meer nodig. Geen witte wijn en wat mij betreft ook geen tomatenstukjes. Zo is het heerlijk, afgemaakt met platte peterselie. Serveer dit met pasta of gebruik brood dat je lekker door het schelpenvocht haalt. Ook weer zo ontzettend makkelijk maar overheerlijk!
17 september 2011
Voorproeven uit Boekoe bangsa
Het succesvolle kookboek Boekoe kita gaat een opvolger krijgen. Ergens in oktober verschijnt Boekoe bangsa en momenteel worden de puntjes op de i gezet. Klopt de receptuur en/of beschrijving? Mag het een pepertje meer of minder hebben? Indische familierecepten, dat gaat meestal op ervaring, gevoel en routine en afgepaste hoeveelheden staan vaak niet op schrift.
Aan mij en enkele andere collegae dus de taak om vanaf de drukproeven te koken. Dat is geen straf, maar om nou in mijn eentje vijf gerechten te verorberen gaat ook wat ver en dus werd er spontaan een Indisch avondje georganiseerd en konden Carin, Bechal en Petra aanschuiven. Petra had een Indische grootmoeder, en is wel het een en ander gewend, en Carin is een echte 'pedis-eter' en heeft meermalen - waarvan twee keer met mij- de archipel bezocht. Een kritisch volkje dus.
Ik koos tjoemi-tjoemi (inktvis), frikadel ikan (viskoekjes), sambal goreng boentjis (boontjes), rendang en tja tjie kee (Chinees-Indisch kipgerecht) uit.
Hier het recept van viskoekjes waarbij ik adviseer om een lepeltje sambal door de vispuree te gooien alsmede meer dan 1 djoeroek poeroetblaadje te gebruiken. Je kunt je natuurlijk ook aan het recept houden en de hete viskoekjes besmeren met wat sambal. Ook adviseer ik nog even een uurtje of twee de vismassa opgerold in folie in de vriezer te leggen i.p.v. alleen maar in de koelkast een nacht te houden. Van die kleine dingen dus.
Frikadel ikan voor 4 personen (8 koekjes)
Je hebt 500 gram witvis nodig en ik koos schar omdat dat een goedkope vis is. Verder: 2 eetlepels fijngehakte bieslook, 2 losgeklopte eiwitten (ik klopte ze stijf zo constateer ik achteraf: niet goed gelezen dus), 4 fijngemalen kemirienoten, 1/2 theelepel fijngemalen nootmuskaat, 1/2 theelepel fijngestampte trassie, 1 djeroek poeroetblad van nerf ontdaan en zeer fijn gesneden, 1 eetlepel vissaus, 1 eetlepel fijngehakte sereh en limoenschijfjes voor de garnereing.
Bereiden: maak de vis in de blender of ander geschut fijn en voeg alle ingrediënten toe en meng dat goed door elkaar. Pak het mengsel strak in plastic folie in. Ik vond het handig om het in een worstvorm strak te verpakken omdat je dan makkelijk de opgestijfde vismassa in gelijke stukken kunt snijden. Laat het vismengsel een nacht in de koelkast staan en wat mij betreft vlak voor het bereiden het vismengsel extra laten opstijven in de vriezer. In de kopij staat dat je met natte handen koekjes van plusminus 50 gram moet maken en dat weer terug voor een uurtje in de koelkast leggen. Ik heb direct uit de vriezer de worstvorm in 8 stukken gesneden en wat gemodelleerd (zonder natte handjes). Verrassend genoeg was de massa toch compact waar ik dus even over twijfelde omdat er geen bindmiddel als aardappelpuree in zit.
Enfin en last but not least: smeer de koekjes met wat olie in terwijl je de koekenpan op hoog vuur verhit. Bak de koekjes aan elke kant twee minuten en garneer met de limoenschijfjes.
Selamat makan!
28 augustus 2011
Foodblogevent augustus 2011: Aziatische salades
In het kader van het Foodblogevent augustus 2011, georganiseerd door Robin, hier mijn bijdrage op de valreep. De keuze was niet erg moeilijk omdat ik weinig Aziatische salades op mijn repertoire heb staan. De Vietnamese rolletjes vallen af want dat recept vind ik echt te simpel alhoewel de dipsaus echt goddelijk is. De frisse zomerse salade met noedels en kip zou een optie kunnen zijn, maar dit gekozen recept is echt leuk om te maken en bijzonder lekker. In april heb ik deze salade voor het eerst gemaakt en nadien is de kip in kleverige saus met mango nog vier keer in huize Aan tafel met Tanja geserveerd en hoe toevallig: gisteren nog met vriendin Carin gegeten. Dus hier mijn bijdrage: kleverige Thaise kip met mangosalade.
Voor vier personen heb je vier kippenbouten nodig. Die ontbeen je -de eerste keer voor mij was een uitdaging- en de pootjes heb je niet meer nodig en kun je invriezen. Je houdt dus vier redelijk platte stukken kip over die je bestrooit met zout en peper. Verhit een lepel olie in een royale koekenpan en bak de kip, met het vel onder, in de pan krokant op hoog vuur, draai het vuur daarna iets lager en keer de kipstukken na zes minuten om en laat de andere kant ook bruinen. Na plusminus 10 minuten zijn de platte stukken gaar. Haal de kip uit de pan en dep droog met keukenpapier.
Fase 2 kan nu beginnen: doe in diezelfde koekenpan de volgende ingrediënten: 3 el Thaise vissaus, 3 el lichtbruine basterdsuiker, 1 el limoensap (vers dus niet uit een flesje), geraspte gember van een stukje gemberwortel van 3 centimeter, 1 fijngesneden rood pepertje. Roer dit goedje tot de suiker helemaal opgelost is en laat nog even lekker sudderen. Haal de pan van het vuur en snij de kip in mooie plakjes en doe deze terug in het, inmiddels, kleverige sausje en laat staan.
Fase 3: dit kan eigenlijk gelijkertijd met het aanbakken van de kip, maar goed ... Verhit in een kleine koekenpan wat olie en voeg daar 4 in reepjes gesneden sjalotten toe. Op hoog vuur aanbakken zodat ze lekker knapperig en bruin worden. Laat de krokante sjalotjes op een vel keukenpapier uitlekken.
En dan als laatste de mangosalade: schil een mango en schaaf rondom de pit het vruchtvlees met mesje op kaasschaaf er af. Meng de mangoflinters met: 2 sjalotten die je in dunne reepjes hebt gesneden, een in reepjes gesneden rode peper (mogen er ook 2 zijn), gesnipperde blaadjes van een klein bosje koriander en munt. Meng dit met een dressing van: sap van twee limoenen, twee eetlepels vissaus en 1 theelepeltje kristalsuiker (goed doorkloppen tot de suiker is opgelost).
Opdienen: je kunt een grote schaal gebruiken of vier bordjes. Bedek de borden of schaal met de mangosalade. Leg daarop de kipreepjes in kleverige saus en snipper de krokant gebakken sjalotjes over de salade.
Het zal vast niet authentiek Aziatisch zijn maar lekker is deze salade wel!
21 augustus 2011
Artisjok
Bij ons in de Rivierenbuurt ligt naast de Speeltuinvereniging een strook grond die door de gemeente ruim twee jaar geleden is gesaneerd. De strook is aan de buurtbewoners gegeven die graag voor hun deur, in de stad, willen moestuinieren. Trompenburg's Tuin is inmiddels een groot succes -gezien de handgeschreven bordjes met het verbod voor onbevoegden groenten te grissen uit de tuin- en gisteren stond onder andere de artisjok er geweldig mooi bij. Zo'n plaatje bracht mij op het idee om in ieder geval artisjok die avond te eten.
De kooktijd van de artisjok is uiteraard afhankelijk van de grootte. Sommige hebben het formaat 'grapefruit' maar die ik kocht was een tik kleiner. Zet de artisjok (waarvan je eerst de steel hebt afgesneden) op in ruim water met zout en wat uitgeperst citroensap. In mijn geval was de kooktijd van een klein half uurtje voldoende.
Ondertussen maak je een sausje: een vinaigrette of een sausje op basis van mayonaise. Het liefst heb ik de artisjok met iets zurigs. Als de artisjok gaar is laat je deze op de kop even uitlekken.
En dan begint het pellen, dippen in saus, het vlees uit het blaadje zuigen (klinkt best 'viezig') tot het moment waar je, ik althans, echt naar uitkijkt. Het hooi op het hart van de artisjok komt in zicht! Dat is het moment dat een mesje of lepeltje erbij gepakt wordt. Meestal kun je het hooi zo uit het vlees van het hart trekken maar eventueel resterende sprietjes kun je weg schrapen met mes of lepeltje. Het opeten van het hart van de artisjok is werkelijk het hoogtepunt van deze vrucht (bloem?).
Abonneren op:
Posts (Atom)


